kinderveiligheid & mobiliteit

wettelijke informatie

Vervoer kinderen veiliger per 1 maart 2006
Een kind dat op de achterbank van de auto in een goedgekeurd kinderzitje wordt vervoerd, heeft 30% minder kans op ernstig letsel en zelfs 50% minder kans op dodelijk letsel ten opzichte van een kind dat los op de achterbank zit. Als een kind op de achterbank zit met alleen een gordel om, is het veiligheidseffect kleiner, namelijk respectievelijk 20 en 30%. Een kinderzitje biedt dus meer bescherming dan alleen de gordel.

Daarom gelden vanaf 1 maart 2006 nieuwe regels
Dan moeten kinderen die kleiner zijn dan 1,35 meter vervoerd worden in een goedgekeurd kinderzitje (autostoeltje of zittingverhoger). Kinderen groter dan 1,35 meter moeten de autogordel om.

Om de regels in de praktijk hanteerbaar te maken, zijn er uitzonderingen opgenomen voor kinderen boven de 3 jaar:

Als alle gordels in gebruik zijn, mogen kinderen groter dan 1,35 meter (en volwassenen) los op de achterbank zitten.
Als op de achterbank al twee kinderzitjes in gebruik zijn, is er vaak geen plaats meer voor een derde. In zo'n geval hoeft het derde kind alleen een gordel te gebruiken. Ook bij incidentele korte ritten, waarbij kinderen van een ander worden vervoerd, mogen kinderen de gordel gebruiken.

Bijvoorbeeld kinderen naar een feestje brengen of een jeugdteam naar een uitwedstrijd. (Eigen kinderen onder de 1,35 meter moeten wel een zitje gebruiken).

Airbag
Als een zitplaats een airbag heeft, mogen kinderen niet worden vervoerd in een (baby)autostoeltje dat tegen de rijrichting in is geplaatst, tenzij de airbag is uitgeschakeld. Of dat uitschakelen mogelijk is en hoe dat moet, staat in de gebruiksaanwijzing van de auto. Maar ook de garage kan u hierbij helpen.

Gordels en kinderzitjes goed gebruiken
Het is verplicht om de autogordels en kinderzitjes te gebruiken op de door de fabrikant voorgeschreven manier. Zo zijn ze ook getest. Het diagonale deel van de gordel mag bijvoorbeeld niet achter de rug langs of onder de arm door worden gedragen. Daarvoor is de gordel niet ontworpen en hij werkt dan ook niet goed. Lees daarom zorgvuldig de gebruiksaanwijzing en zorg dat deze ook in de buurt van het zitje wordt opgeborgen zodat u of iemand anders het in de toekomst makkelijk kan vinden en raadplegen. Ook voor zwangere vrouwen en hun ongeboren kind is het veel veiliger de gordel op de juiste manier te dragen: het heupgedeelte onder de buik, zo laag mogelijk over het bekken, het diagonale deel over de borst, boven de buik. Zwangere vrouwen raden wij derhalve aan vanaf de tweede zwangerschapsmaand gebruik te maken van de zwangerschapsgordel. Lees hierover meer.

Gordelgeleider
Een gordelgeleider (gordelclip) moet ervoor zorgen dat het diagonale deel van de autogordel over de schouder loopt en niet over de hals. Een gordelgeleider kan deel uitmaken van een zittingverhoger. Er zijn ook afzonderlijke gordelgeleiders te koop. Deze laatste mogen niet gebruikt worden, behalve:
1. door volwassenen
2. door kinderen zwaarder dan 36 kg
3. in de elders genoemde uitzonderingsgevallen waarin geen kinderzitje gebruikt hoeft te worden.

De afzonderlijke gordelgeleiders die in deze gevallen zijn toegestaan, moeten aan enkele eisen voldoen. Zij mogen alleen aan het diagonale deel van de autogordel zijn bevestigd. Een gordelgeleider die het heupdeel met het diagonale deel verbindt, is dus altijd verboden. Verder mag een gordelgeleider de goede werking van de gordel niet belemmeren en mag hij geen ruwe delen hebben die de gordel kunnen beschadigen.
Voor kinderen blijft een zittingverhoger veiliger. Die zorgt er namelijk ook voor dat het heupgedeelte van de gordel over het bekken loopt en niet over de buik. Daardoor kan bij een ongeval ernstig inwendig letsel voorkomen worden. Met een gordelgeleider blijft de kans op dergelijk letsel aanwezig. Gebruik dus als het even kan liever een zittingverhoger.

veiligheid voor: